Engels

 

 

 

 

Circulaire Economie

Wat is het verschil tussen een circulaire en een lineaire economie?

Een circulaire economie is fundamenteel anders dan een lineaire economie. Simpel gezegd: in een lineaire economie delven we grondstoffen, we verwerken de grondstoffen tot een product en na gebruik gooien we het product weg. In een circulaire economie sluiten we de kringlopen van al deze grondstoffen. Het sluiten van die kringlopen vereist veel meer dan alleen recyclen. Het verandert de manier waarop we waarde creëren en waarde behouden, hoe we de productie verduurzamen en welke businessmodellen we daarvoor gebruiken. Hieronder lichten we deze aspecten verder toe.

Van nieuwe grondstoffen naar waardebehoud

Het circulaire systeem en het lineaire systeem verschillen van elkaar door de manier waarop ze waarde creëren en/of behouden. Een lineaire economie volgt traditioneel het “take-make-dispose” stappenplan. In die stappen verzamelen we grondstoffen, vormen we ze om tot producten die we gebruiken en vervolgens danken we de producten af als afval. In een lineaire economie creëren we maximale waarde door zoveel mogelijk producten te produceren en te verkopen

Figuur 1: het verschil tussen lineair en circulair gebruik van grondstoffen (PBL, 2019a).

Wat is er anders in een circulaire economie? Een circulaire economie volgt de 3R-aanpak: reduce, reuse en recycle: we minimaliseren grondstofgebruik (reduce), we maximaliseren hergebruik van producten en onderdelen (reuse) en als laatste hergebruiken we grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk (recycle). Dit kunnen we doen door dezelfde hoeveelheid goederen met meer mensen te gebruiken, zoals bij deelauto’s. Ook kunnen we producten omzetten in diensten, zoals bijvoorbeeld Spotify luisterlicenties verkoopt, in plaats van CD’s. We creëren in een circulaire economie waarde door te focussen op waardebehoud

Van eco-efficiëntie naar eco-effectiviteit

Het perspectief op verduurzaming is anders binnen een circulaire economie dan in een lineaire economie. Als we binnen een lineaire economie aan verduurzaming werken, richten we ons op eco-efficiëntie. Eco-efficiëntie is het minimaliseren van de ecologische impact voor dezelfde output: we proberen zo min mogelijk schade te veroorzaken door onze negatieve voetafdruk zo klein mogelijk te maken. Eco-efficiënt werken betekent dat we nog steeds een structurele negatieve impact hebben, alleen we maken deze kleiner, dus het duurt langer voordat een ecologisch of sociaal systeem overbelast raakt (Di Maio, Rem, Baldï, and Polder, 2017).

Binnen een circulaire economie zoeken we naar  duurzaamheid in het verhogen van de eco-effectiviteit van het systeem. Eco-effectiviteit betekent dat we niet alleen onze negatieve voetafdruk zo klein mogelijk maken, maar ook dat we onze positieve impact op het ecologische, economische en sociale systeem zo groot mogelijk maken (Kjaer, Pigosso, et al., 2019). Door ons te richten op eco-effectiviteit, proberen we het zelfherstellend vermogen van onze ecologische, economische en sociale systemen te versterken.

Het verschil tussen eco-efficiëntie en eco-effectiviteit kunnen we illustreren met een voorbeeld van de behoefte van consumenten aan rundvlees. Het grootbrengen van koeien voor rundvlees zorgt voor uitstoot van methaangas, een sterk broeikasgas. In een lineaire economie zouden we de productie van rundvlees bijvoorbeeld kunnen verduurzamen door koeien anders te voeren: zo stoten ze minder methaangas uit voor dezelfde hoeveelheid vlees. 

In een circulaire economie kunnen we de productie van rundvlees verduurzamen met bijvoorbeeld de strategie “Rethink”. Wat nu als we de behoefte aan rundvlees niet langer vervullen met daadwerkelijk rundvlees, maar met iets dat een positieve impact heeft? Bijvoorbeeld een vleesvervanger op basis van planten die bijdraagt aan de biodiversiteit, het landschapsbeheer en (daardoor) werkgelegenheid. In dit voorbeeld gebruiken we de strategie “Rethink” om de negatieve effecten van de behoefte aan ‘rundvlees’ te herkaderen naar een positieve impact op ecologische, economische en sociale systemen.

Figuur 2: het verschil tussen eco-effectiveness en eco-efficiency (EPEA GmbH, 2013).

Om eco-effectiviteit te behalen, zoeken we naar manieren om de waarde van reststromen te behouden (recycling) of zelfs te verhogen (upcycling) ten opzichte van de oorspronkelijke functie van het materiaal. 

Bijvoorbeeld: we vermalen beton tot korrels om opnieuw dezelfde of een sterkere muur te produceren.

Binnen een lineaire economie is dat anders. In een eco-efficiënt systeem downcylen we: een (deel van een) product hergebruiken we voor een toepassing die lager in waarde is en die deze waarde verder vermindert. Op deze manier neemt per toepassing (per cycle) de waarde van materialen af en maken we hergebruik steeds moeilijker. (Bocken, Bakker & De Pauw, 2015; Ellen MacArthur Foundation, 2014).

Bijvoorbeeld: we verwerken betonresten in asfalt in het wegdek. Dit asfalt is lager in waarde en moeilijker opnieuw te gebruiken en te verwerken.

Andere businessmodellen

In een lineair model gaan we niet slim om met de waarde van grondstoffen, omdat ze per toepassing steeds minder waard worden. In een circulaire economie ligt de focus juist op het waardebehoud. Dat betekent dat we in een circulaire economie andere businessmodellen moeten gebruiken, waarbij de nadruk meer ligt op diensten in plaats van producten. Een voorbeeld van een model dat de transitie naar de circulaire economie makkelijker maakt, is een product-dienstcombinatie (Product-As-A-Service). Dit businessmodel integreert een product met een dienst (Michelini, Moraes & Cunha et al., 2017). Een wijdverspreid voorbeeld van een product-dienstcombinatie is het printersysteem van Xerox, waarbij bedrijven gratis een printer geplaatst krijgen en betalen per kopietje. Dit systeem past goed binnen de circulaire economie, omdat Xerox als producent er belang bij heeft dat de printer lang meegaat, door deze te kunnen repareren en up te daten. Deze product-dienstcombinatie staat haaks op een lineair verkoopsysteem, waarbij een producent er juist profijt van zou hebben als een product sneller kapot gaat, omdat er dan weer een vraag ontstaat naar een nieuw product.

Het verschil tussen een lineaire en een circulaire economie

  Lineair Circulair
Stappenplan Take-make-dispose Reduce-reuse-recycle
Focus Eco-efficiëntie Eco-effectiviteit
Systeemgrenzen   Korte termijn, van inkoop tot verkoop Lange termijn, meerdere levenscycli
Hergebruik Downcycling Upcycling, hoge kwaliteit van recycling, cascaderend hergebruik
Businessmodel Focus op producten Focus op diensten

 

Meer lezen?