Engels

Mijn Leefomgeving

Waarom veranderen de rollen tussen bewoners en overheden?

Filosofie van de Omgevingswet

De kern van het nieuwe omgevingsbeleid is de integrale aanpak. Bij een omgevingsvisie gaat het over het toekomstbeeld voor de fysieke leefomgeving van de hele gemeente. Dit vraagt input vanuit planologie, milieukunde, economie, sociale en gezondheidswetenschappen. Met de introductie van de omgevingsvisie verdwijnen huidige sectorale plannen: de structuurvisie, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoerplan en het waterplan. Met thema’s als energie en gezondheid ontstaat een speelveld met nieuwe integrale opgaven en kansen. En samenwerking met ketenpartners op regionale schaal; omdat de energietransitie, de woningmarkt en mobiliteit een bovenlokale dynamiek hebben.

Die duurzaamheidopgave vraagt ook om de verdere ontwikkeling van de energieke samenleving en een aanpassing in het denken en doen van de overheid. Een schone economie en een prettige leefomgeving motiveert burgers en bedrijven. Om deze kracht van de samenleving aan te boren, is het belangrijk burgers en bedrijven een rol te geven. De overheid kan haar effectiviteit en legitimiteit vegroten door steeds vanuit de samenleving te denken en de ondernemersgeest en het leervermogen van de samenleving centraal te zetten. Werk maken van een schone economie vraagt om bereidheid oude technologieën, productieprocessen, instituties en structuren, die op een niet-duurzame manier produceren of consumeren, ter discussie te stellen.

Governance, overheidsparticipatie en bewonersinitiatieven

In de laatste decennia zijn met de trends van versnelde marktwerking en privatisering ook veel verantwoordelijkheden van de rijksoverheid overgedragen naar lagere overheden. Door deze maatschappelijke ontwikkelingen sluiten traditionele, hiërarchische sturingsvormen niet meer voldoende aan bij de behoeftes in de samenleving. Er is behoefte aan een bestuursmodel met een betere balans tussen markt, staat, en burgercollectief, waarin deze laatste volwaardig moet kunnen functioneren. Door ontzuiling, secularisatie en individualisering zijn bewoners zelfstandiger en kritischer dan voorheen, en wensen mee te denken en beslissen met de overheid. Bewoners verwachten een overheid die initiatief ondersteunt en faciliteert.

Door beperkingen in capaciteit en middelen heeft ook de (lokale) overheid behoefte aan een nieuwe verhouding met de samenleving. Bewoners willen vaker verantwoordelijkheden oppakken en kennis en creativiteit inzetten voor de samenleving, en dit wordt ook van ze verwacht. Er is een groeiende aandacht voor onderhoud van de lokale democratie en ‘inclusief’ burgerschap, actief burgerschap als sociaal ondernemen (entrepreneurial citizenship), coöperaties (met name voor zorg en energie), en herleving van vrijwilligerswerk, al dan niet vanuit bedrijven (corporate citizenship).

Dit stelt andere eisen aan overheden en vraagt om een nieuwe manier van sturen en faciliteren van bewonersinitiatieven. In de praktijk blijkt dit lastig door drukbezette agenda’s van bewoners, behoefte aan privacy en beperkte tijd voor het collectief belang. Verschuiving van verantwoordelijkheden van de overheid naar de samenleving vraagt ook machtsoverdracht en een groeiende invloed van bewoners op beleid. Door experimenten met het ondersteunen, faciliteren en waar nodig aanjagen van initiatieven groeit de ervaring met overheidsparticipatie.

De keus voor overheidsparticipatie komt voort uit de wens bewoners centraal te stellen, de afstand tussen bewoners en bestuur te verkleinen, de sociale cohesie te vergroten en zo de leefbaarheid te verbeteren. Dit vereist een heldere visie, brengt een grote complexiteit met zich mee en vraagt meer inzet van ambtenaren. Zij moeten een faciliterende houding uitstralen en open, helder, betrouwbaar en flexibel zijn om wederzijds vertrouwen te creëren. Denken vanuit burgers, voortdurend investeren in dat vertrouwen, en het scheppen van voorwaarden voor verandering: stapje voor stapje, experimenterend, lerend en waar nodig achteraf corrigerend.

Elk initiatief vraagt om ondersteuning op maat: inhoudelijk of procesinhoudelijk advies, financiële hulp of praktische middelen, organisatorische hulp en netwerken, en het stellen van randvoorwaarden. Een initiatiefgroep is niet op voorhand een representatieve, democratische en juridische bepaling van een wijk. Hier ligt een communicatie uitdaging voor betrokkenen om ook zicht te krijgen en houden op de meningen van de rest van de wijk en hen goed in te lichten over de betekenis en gevolgen die een initiatief voor hen heeft.