Engels

Mijn Leefomgeving

Wat is de Omgevingswet en waarom is die gemaakt?

De nieuwe Omgevingswet brengt alle spelregels die gelden voor de fysieke leefomgeving bij elkaar in één wet.

  • In Nederland gelden er op dit moment 26 verschillende wetten voor bijvoorbeeld ruimte, wonen, infrastructuur, water, milieu en natuur die invloed hebben op jouw leefomgeving. Die worden nu dus allemaal verenigd in één wet. Ook gaan we van 5.000 wetsartikelen naar 350. Doel is om het omgevingsrecht overzichtelijker en duidelijker te maken.
  • Daarnaast is het de bedoeling dat het gemakkelijker wordt om verschillende deelbelangen van de fysieke leefomgeving, zoals natuur, mobiliteit en cultureel erfgoed, beter op elkaar af te stemmen. Kortom, besluiten over de leefomgeving moeten integraal bekeken en genomen worden.
  • Met de wet moet het gemakkelijker worden om snel in te spelen op nieuwe en urgente ontwikkelingen in de samenleving, zoals de energietransitie. Door de lappendeken aan wetten en regels gaat dit nu vaak erg moeizaam.
  • De wet moet meer ruimte bieden voor initiatieven van bewoners (en bedrijven). Dit wordt door de rijksoverheid als volgt beschreven: ‘De houding bij het beoordelen van plannen is ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Zo ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld bedrijven en organisaties om met ideeën te komen.’
  • Ook gaan er meer taken van de rijksoverheid naar gemeenten en zit er meer flexibiliteit in de wet voor verschillen tussen regio’s in Nederland. Bedoeling is dat bijvoorbeeld gemeenten hun omgevingsbeleid kunnen afstemmen op hun eigen doelstellingen en behoeften.

Klik hier voor meer informatie over de Omgevingswet.

Bekijk hier de hele wettekst van de Omgevingswet

Wanneer krijgen we te maken met de Omgevingswet?

De Omgevingswet wordt naar verwachting in 2021 ingevoerd. Tot die tijd geldt nog de wet- en regelgeving voor ruimtelijke ordening, milieu- en natuurbescherming zoals die nu nog gelden.

De Omgevingswet is in 2016 aangenomen in de Eerste Kamer. Enkele onderdelen van het omgevingsrecht (bodem, geluid, grondeigendom en natuur) worden nu nog door afzonderlijke wetsvoorstellen ingebouwd in de Omgevingswet.

Op dit moment leren overheden in pilots en experimenten te werken met de Omgevingswet. Dit kan in de vorm van werkateliers, praktijkproeven en bijeenkomsten, waar ze samen onderzoeken wat het betekent om de instrumenten toe te passen.

Lees hier meer over hoe gemeentes

Daarnaast werd er in 2010 al een Crisis- en herstelwet ingevoerd die bedoeld was om de besluitvorming rond de ruimtelijke inrichting beter en sneller te laten verlopen. Zo konden gemeentes met deze wet bijvoorbeeld flexibelere bestemmingsplannen maken. Op dit moment gebruiken steeds meer gemeenten de Crisis- en herstelwet (Chw) om alvast te experimenteren met de mogelijkheden van de Omgevingswet. Aan het begin van 2020 liepen er 400 Chw-projecten in 200 gemeenten.

Wat zijn de instrumenten van de Omgevingswet?

Vrijwel alle bestaande wet- en regelgeving voor de leefomgeving gaat op in de Omgevingswet. Dat wil echter niet zeggen dat deze een optelsom is van 26 bestaande wetten. De Omgevingswet kent een geheel nieuwe opzet en bestaat uit een stelsel van instrumenten. Zes instrumenten vormen de gereedschapskist van de Omgevingswet.

  1. Omgevingsvisie. Het rijk, de provincies en de gemeentes stellen hun eigen strategische plan voor de leefomgeving op. Het lijkt op de huidige structuurvisie.  
  2. Programma. De doelen van de omgevingsvisie worden onder meer concreet in programma’s. Denk aan een fietsplan of een programma voor de kwaliteit van het landschap.
  3. Decentrale regelgeving. Gemeentes, waterschappen en provincies brengen al hun regels over de leefomgeving samen in één regeling. Voor de gemeente is dit het omgevingsplan, vergelijkbaar met het huidige bestemmingsplan.
  4. Algemene rijksregels. Op sommige (meer algemeen geldende) gebieden, zoals grote infrastructuur (bijv. snelwegen) en cultureel erfgoed, kan het nuttig zijn om nationale regels te stellen voor de bescherming van de leefomgeving.
  5. Omgevingsvergunning. Initiatieven van bewoners en bedrijven hebben gevolgen voor de leefomgeving. Dat geldt bijvoorbeeld als een boer een sloot wil dempen of een ondernemer zijn of haar bedrijf wil uitbreiden. De omgevingsvergunning toetst vooraf of dat mag. Initiatiefnemers kunnen via één aanvraag bij één loket snel duidelijkheid krijgen voor alle activiteiten die zij willen uitvoeren.
  6. Projectbesluit. Het projectbesluit gaat over de besluitvorming rond complexe projecten. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg, windmolenpark of natuurgebied.

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2016a

Lees hier meer op over de kerninstrumenten van de Omgevingswet.

Wat zijn Omgevingswaarden?

De overheid zal Omgevingswaarden vastleggen om de leefomgeving veilig en gezond te houden en te krijgen. Deze waarden moeten objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit.

Omgevingswaarden van het Rijk volgen vaak uit Europese verplichtingen en staan in hoofdstuk 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Gemeentes en provincies kunnen ook voor andere onderwerpen omgevingswaarden opstellen. Voor bijvoorbeeld de geur van veehouderijen of voor lichthinder. De gemeente zet de omgevingswaarden in het omgevingsplan.

Als bewoner kun je lobbyen voor het vastleggen van bepaalde provinciale en gemeentelijke omgevingswaarden, omdat dit een belangrijk middel is om je leefomgeving (bijvoorbeeld natuur, lucht en bodem) te beschermen.

Lees hier meer over de Omgevingswaarden.
Lees ook: Groothuise, 2016. Omgevingswaarden: waardevol?