Engels
Hoe verandert de verhouding tussen bewoners en overheden als het gaat om de inrichting van de leefomgeving?
4
 

Mijn Leefomgeving

Hoe krijg ik bij mijn initiatief te maken met de Omgevingswet?

Wanneer krijgen we te maken met de Omgevingswet?

Tot 2021
De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2021 in werking. Tot die tijd geldt de wet- en regelgeving voor ruimtelijke ordening, milieu, infrastructuur en natuur zoals die ook nu gelden. Wel zijn steeds meer gemeentes bezig met het maken van een Omgevingsplan en -visie in de geest van de Omgevingswet. In pilots en experimenten wordt geleerd om te werken met de nieuwe wet.

Daarnaast werd er in 2010 al een Crisis- en herstelwet ingevoerd die bedoeld was om de besluitvorming rond de ruimtelijke inrichting beter en sneller te laten verlopen. Zo konden gemeentes met deze wet bijvoorbeeld flexibelere bestemmingsplannen maken. Op dit moment gebruiken steeds meer gemeenten de Crisis- en herstelwet (Chw) om alvast te experimenteren met de mogelijkheden van de Omgevingswet. Aan het begin van 2020 liepen er 400 Chw-projecten in 200 gemeenten. De Crisis- en herstelwet is overigens één van de wetten die opgenomen wordt in de nieuwe Omgevingswet.

In 2021
In 2021 hebben alle gemeentes in formele zin al een Omgevingsplan. Dit noemen we het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Het tijdelijke deel bestaat uit ‘oude’ ruimtelijke plannen (zoals bestemmingsplannen), verordeningen en de zogenaamde bruidsschat. De gemeente hoeft de regels niet opnieuw vast te stellen.

Na 2021
Van 2021 tot 2029 is er een overgangsfase. In deze fase kan een gemeente regels in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan intrekken en omzetten naar het nieuwe deel van het Omgevingsplan.

Wat zegt de Omgevingswet over bewonersparticipatie?

Nieuw in de Omgevingswet is dat gemeentes vroegtijdig met bewoners, lokale bedrijven en organisaties moeten samenwerken aan beleid en besluiten over de leefomgeving. Overheden zijn verplicht om aan te geven hoe zij participatie van betrokkenen inrichten en wat het resultaat van de participatie was bij het vaststellen van een Omgevingsvisie, Omgevingsplan of het verlenen van een vergunning. Dit heet de motiveringsplicht.

Het is de taak van de gemeenteraad om deze te bewaken. Als er geen participatie heeft plaatsgevonden, moet het werk opnieuw worden gedaan. Overigens schrijft de wet niet voor hoé bewoners en lokale bedrijven betrokken moeten worden.

Daarnaast daagt de wet bewoners en bedrijven uit om actief ideeën aan te dragen voor het ontwikkelen en verbeteren van de leefomgeving. En overheden zullen bewoners de ruimte moeten geven om hun initiatief vorm te geven.

Lees meer

Samenwerking rond de Omgevingswet legt alle kaarten op tafel
Infoblad Participatie in de Omgevingswet

Ik start een initiatief in mijn leefomgeving.

  • De kansen voor je initiatief zijn het beste als het aansluit op het beleid van de gemeente. Informeer daarom of de gemeente al bezig is met het maken een Omgevingsplan en draag jouw ideeën aan. Zorg ook voor voldoende draagvlak met medebewoners.
  • Ben je als bewoner de initiatiefnemer van een project waarover een projectbesluit komt moet worden genomen (bijvoorbeeld bij het aanleggen van een windmolenpark) of waarvoor je een Omgevingsvergunning moet aanvragen (bijvoorbeeld als je iets gaat bouwen of slopen), dan ben je zelf ook verantwoordelijk voor het naleven van de participatieregels. Je moet bij het aanvragen van een vergunning aangeven hoe jij medebewoners en lokale bedrijven hebt betrokken bij je plan én wat de resultaten daarvan zijn. Hoe die participatie wordt vormgegeven mag je als initiatiefnemer zelf beslissen. De overheid betrekt deze informatie bij de afweging of je de vergunning krijgt of het besluit wordt goedgekeurd.

Lees hier meer over het aanvragen van een Omgevingsvergunning.

Er gebeurt iets in mijn leefomgeving waar ik invloed op uit wil oefenen.

  • Om invloed uit te oefenen op de ontwikkeling van plannen van anderen is de juiste timing essentieel. De mogelijkheden om invloed uit te oefenen zijn vaak het grootst in een vroeg stadium. Met een goede timing kan jij je initiatief of plan op de agenda van anderen zetten. Zorg ervoor dat je met medebewoners een eenduidige en opbouwende boodschap uitdraagt.
  • Als je het niet eens bent met initiatieven (of Omgevings- of projectplannen) van anderen, dan kun je in verschillende fasen van de vergunningsaanvraag je mening kenbaar maken, via een zienswijze op het ontwerpbesluit. Als het besluit toch wordt genomen door de gemeente, kan je hier vervolgens bezwaar tegen maken en daarna (als je wilt) in beroep gaan bij de rechter of de Raad van State. Zorg ervoor dat je op het juiste moment reageert om aangemerkt te worden als belanghebbende zodat je reactie in behandeling wordt genomen.

Hoe kan ik betrokken raken bij een nieuw plan van de overheid?

  • De Omgevingsvisie is een goed instrument om samen met de gemeente de blik vooruit te richten en samen na te denken over de vraag: ‘Welke kant moet het op met de buurt of het dorp?’ Pitch jouw initiatief tijdens de realisatie van deze visie en benadruk de waarde ervan in het gesprek over de langetermijnvisie voor een gebied.
  • Overheden kunnen samen met bewoners een gebiedspaspoort maken, waarin de kenmerken van een gebied staan en de aspecten die voor bewoners belangrijk zijn. Dit kunnen bijvoorbeeld de ambities zijn voor de bebouwing en openbare ruimte. Provincies betrekken belangengroepen bij het opstellen van ruimtelijk beleid vaak al via bijvoorbeeld groene tafels of landschapstafels.

Vind hier meer informatie over hoe participatie volgens de nieuwe Omgevingswet is geregeld.

Lees ook: De Omgevingswet – vijf aandachtspunten voor actieve bewoners (van LSA)