Engels
Hoe verandert de verhouding tussen bewoners en overheden als het gaat om de inrichting van de leefomgeving?
4
 

Mijn Leefomgeving

Hoe kan ik goed samenwerken met de gemeente?

In heel Nederland zie je steeds meer bewoners(groepen) en wijkondernemers het initiatief nemen op gebieden die voorheen de overheid oppakte, zoals de opwekking van energie of het beheer van een buurttuin. Ook gemeentes onderkennen dit steeds meer. Ambtenaren en lokale bestuurders faciliteren vaker initiatieven van bewoners in plaats van zich enkel te concentreren op het bewaken van de regels. Met de komst van een nieuwe Omgevingswet is dit ook actueel. Kern van deze wet is dat iedereen zorg moet dragen voor de fysieke leefomgeving (art 1.6).

“Hoewel veel actieve do-it-yourself-burgers moeite hebben met overheidsbemoeienis, zijn ze vaak blij met ondersteuning. Ze hebben een veelheid aan behoeften. Globaal draait het om drie vormen van ondersteuning: betrokkenheid, luisteren en waarderen en subsidie.” (Van der Schot, Besturen met burgerkracht, Duurzaam Door, 2016, p. 18)

Tips voor samenwerking & communicatie

  • Probeer draagvlak en steun te vinden voor goede ideeën. Hoe meer mensen mee gaan met een plan, hoe moeilijker het wordt om dat (vanuit de gemeente) te negeren.
  • Wat betreft financiering blijken veel initiatieven het toch te moeten hebben van een bijdrage van de gemeente. De meeste gemeenten staan hier open voor. Zo zijn er soms wijkpotjes beschikbaar om initiatieven zoals een straatfeest te ondersteunen. Maar ook subsidieaanvragen voor grotere bedragen zijn bij veel gemeenten mogelijk. Om voor subsidie in aanmerking te komen moet je onder meer laten zien dat jouw initiatief aansluit bij het beleid van de gemeente én dat er draagvlak is bij medebewoners.
  • Een gemeente heeft verschillende rollen. Ze is de uitvoerder van wet- en regelgeving, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan. Ze is de handhaver van de wet, bijvoorbeeld door vergunningen te verstrekken. Ze is de financier, bijvoorbeeld door het verstrekken van subsidies. Dit betekent ook dat ambtenaren uit dezelfde gemeente verschillende petten op kunnen hebben in gesprek met jou.
  • Ambtenaren kunnen formele voorwaarden stellen voordat ze met burgers aan tafel gaan. Ze vragen initiatiefnemers om zich formeel te organiseren door bijvoorbeeld een stichting of coöperatie op te richten.
  • Om de gemeente mee te krijgen is het verstandig om een plan te schrijven met daarin het kerndoel van het bewonersinitiatief. Dit kan je gebruiken in gesprekken met raadsleden, wethouders en ambtenaren, media en andere organisaties. Lees hier meer over hoe een ondernemingsplan er uit kan zien.
  • Soms heb je voor het realiseren van een project een Omgevingsvergunning nodig. Bijvoorbeeld als je iets gaat bouwen. Je kan dan een aanvraag indienen via de website van je eigen gemeente of via het Omgevingsloket. Op die site vind je ook een vergunningscheck om te zien of een vergunning echt nodig is.

Public Affairs Academie schreef een handig boekjes hoe jij je belangen goed kan vertegenwoordigen richting de gemeente en de provincie, formeel en informeel. Je kan ze via de volgende link bestellen: De gemeente als partner

Wat zegt de Omgevingswet?

  • Bewonersparticipatie speelt met de komst van de Omgevingswet een grotere rol. De wet stelt participatie bij projectbesluiten voor grotere projecten verplicht. Bij besluitvorming over een Omgevingsvisie en Omgevingsplan wordt participatie van alle betrokkenen gestimuleerd doordat er een motivatieplicht is. Er moet aangegeven worden hoe bewoners, bedrijven en belanghebbenden zijn betrokken. Daarnaast daagt de nieuwe wet bewoners uit om actief ideeën aan te dragen voor het ontwikkelen en verbeteren van de leefomgeving.
  • Ben je als bewoner de initiatiefnemer van een project waarbij een projectbesluit komt kijken (bijvoorbeeld bij het aanleggen van een windmolenpark) of waarvoor je een Omgevingsvergunning moet aanvragen (bijvoorbeeld als je iets gaat bouwen of slopen), dan ben je zelf ook verantwoordelijk voor het naleven van de participatieregels. Je moet bij het aanvragen van een vergunning aangeven hoe jij medebewoners en lokale bedrijven hebt betrokken bij je plan én wat de resultaten daarvan zijn. Hoe die participatie wordt vormgegeven mag je overigens zelf beslissen.

Wat is de participatieladder?

De participatieladder biedt een theoretisch aanknopingspunt om naar bewonersparticipatie te kijken en is vaak door gemeentes gehanteerd. De ladder brengt in kaart op welke manier bewoners bij politiek en besluitvorming worden betrokken.

De participatieladder van Edelenbos en Monnikhof (2001) bestaat uit vijf treden. Hoe hoger de trede is, hoe meer invloed bewoners hebben (maar ook hoe meer verantwoordelijkheden!). De treden zijn: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen. Voor programma’s of projecten die gaan over een gezonde inrichting van de leefomgeving kan dit er als volgt uitzien.

  1. Informeren. Bewoners worden geïnformeerd over de nieuwe inrichting van een park.
  2. Raadplegen. Bewoners wordt gevraagd wat zij onder een schone buurt verstaan.
  3. Adviseren. Bewoners geven adviezen over een Omgevingsvisie.
  4. Coproduceren. Omwonenden van intensieve veehouderijen zetten in overleg met boeren een signaleringsysteem op, zodat duidelijk is wanneer er stankoverlast is en maatregelen genomen moeten worden.
  5. Meebeslissen. Omwonenden van een weg beslissen mee over welke geluidsmaatregelen genomen worden. Zo beslissen ze bijvoorbeeld over het ontwerp van een geluidscherm.

Wat is het wijkbudget?

De Raad voor de financiële verhoudingen omschrijft het wijkbudget als: “(Delen van) budget uit de gemeentelijke begroting gereserveerd voor een wijk en waarover bewoners kunnen beschikken binnen door de gemeente aangegeven kaders. Bewoners hebben zeggenschap door het indienen van ideeën als collectief. De gemeente coördineert op samenhang van het geheel van initiatieven die worden ingediend.”

Raad voor de financiële verhoudingen, 2014, Tussen betalen en bepalen, publieke bekostiging van maatschappelijk initiatief.  

Het wijkbudget is dus een financieringsconstructie waarbij een geselecteerde groep van wijkbewoners besluit over het uitgeven van gemeentelijk budget aan ideeën om de leefbaarheid van de wijk te stimuleren. Bewoners staan bij deze constructie dus zelf aan het roer.

Wat zijn buurtrechten?

Onder andere het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) pleit er voor om burgerinitiatieven te stimuleren met de officiële erkenning van zogenoemde buurtrechten. Hiermee zouden bewoners meer zeggenschap krijgen over hun directe leefomgeving.

Belangrijke buurtrechten:

  • Right to bid: als er gebouwen of land die eigendom zijn van de overheid ongebruikt blijven of vrijkomen, dan heeft het collectief van buurtbewoners als eerste het recht om een bod uit te brengen op dit onroerend goed. Soms kunnen voorzieningen ook tijdelijk ter beschikking worden gesteld aan bewonersgroepen.
  • Right to challenge: als bewonersgroepen denken dat ze een publieke taak beter of goedkoper kunnen uitvoeren dan de gemeente, dan kunnen ze de overheid ‘uitdagen’ om het beter te doen. Zie hieronder voor meer informatie.
  • Right to plan: als bewonersgroepen dit willen, kunnen zij het initiatief nemen om een buurtontwikkelingsplan op te stellen, dat vervolgens onderdeel kan worden van gemeentelijke plannen voor gebiedsontwikkeling, zoals de Omgevingsvisie of het Omgevingsplan.

Op deze kaart kan je zelf op zoek in hoeverre jouw gemeente bezig is met het invoeren van dit soort rechten.

Buurtrechten zijn gebaseerd op de Community Rights in het Verenigd Koninkrijk. Daar was het een reactie op de grote bezuinigingen op de uitvoering van publieke taken. De Community Rights zijn er formeel vastgelegd in de Localism Act 2011. Lees hier meer over de Community Rights.

Right to challenge

Right to challenge is het recht van buurtbewoners om aan te geven dat ze (bestaande) publieke taken wil overnemen van de overheid, omdat dit tot ‘betere’ resultaten moet leiden dan als de opdracht wordt uitgevoerd door of in opdracht van bijvoorbeeld de gemeente zelf. Onder de term ‘betere’ kan worden verstaan: goedkoper, met meer draagvlak, dichter bij de burger, efficiënter of met een maatschappelijke meerwaarde. Als de challenge voldoet aan de gestelde voorwaarden wordt de taak, de verantwoordelijkheid en het bijbehorende budget door de gemeente overgedragen aan de buurtbewoners.

Deze taken variëren van groot tot klein. Denk aan het leveren van zorg in de wijk, het begeleiden van buurtbewoners met een afstand tot de arbeidsmarkt, het onderhoud van een wijkplantsoen of het beheer van een speeltuin in de buurt.

Right to challenge is opgenomen in de Wet maatschappelijke ondersteuning van 2015 (Wmo 2015). Gemeentes zoeken steeds vaker mee naar vormen en manieren om dit soort initiatieven te ondersteunen en te stimuleren. Het blijft een uitdaging dat het initiatief van bewoners zelf blijft en niet door de overheid wordt overgenomen of vastloopt in bureaucratie. Er zit een zekere spanning tussen datgene wat bewoners willen en de regels en procedures die een gemeente in acht moet nemen.

Van der Krieken, MinBZK, 2018. Right to Challenge en recht op overname in Nederland
Verhoef e.a. 2018, De Nationale Ombudsman, Burgerinitiatief: waar een wil is…

Uit onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt dat er in de praktijk ook juridische knelpunten zijn rond right to challenge. Zo bestaat er een spanning tussen de logica van aanbesteding door de gemeente en de logica van bewoners die uitgaan van maatschappelijke meerwaarde. Ook ondervinden initiatiefnemers de nodige problemen op het vlak van het aansprakelijkheidsrecht. Op de korte termijn lijkt een wettelijke regeling met algemene bepalingen die de rechtspositie van initiatiefnemers versterken de beste weg om dit soort knelpunten weg te nemen.

Den Ouden e.a. 2019, Universiteit Leiden, Right to Challenge

Uit een andere studie uit 2018 blijkt dat:

  • Een klein deel van de gemeentes in Nederland concrete afspraken heeft gemaakt over het Right to Challenge. Een veel groter deel heeft plannen in ontwikkeling of heeft de intentie uitgesproken om plannen in de komende jaren te gaan ontwikkelen.
  • Inwoners en lokale bewonersorganisaties hebben de lokale overheid relatief weinig hebben gechallenged (29 keer). Dit was dus in het jaar 2018!
  • De meeste challenges doen zich voor op het onderwerp beheer/onderhoud van bijvoorbeeld sportvelden of buurthuizen.

Van der Krieken, MinBZK, 2018. Right to Challenge en recht op overname in Nederland

Lees hier meer informatie over Right to challenge. 

Lees hier verder

De laatste jaren zijn er veel publicaties uitgekomen over hoe gemeentes (en andere overheden) bewonersparticipatie kunnen faciliteren, specifiek bij de inrichting van de leefomgeving,

en in het algemeen.