Engels

 

 

 

 

Circulaire Economie

Welk beleid is er nog nodig?

Als aanvulling op de al bestaande beleidsmaatregelen zijn er binnen de EU en in Nederland nog meerdere punten van verbetering te noemen. Enerzijds kan het huidige beleid worden aangescherpt, anderzijds zijn er nieuwe thema’s die aangepakt moeten worden.

Duurzaam Regeerakkoord

Een coalitie van bijna 450 bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben een oproep gedaan aan de Tweede Kamer om bij de kabinetsformatie tot een duurzaam regeerakkoord te komen. Zij dringen erop aan om de volgende punten in het te sluiten regeerakkoord mee te nemen:

1. Sustainable Development Goals centraal

Het kabinet moet alle beleid op de mate waarin dit bijdraagt aan het behalen van de SDGs toetsen. Het kabinet voorkomt hiermee ook negatieve (indirecte) effecten van Nederlands beleid. Waar mogelijk stuurt het kabinet aan op maximale bijdragen aan (wereldwijde) duurzame ontwikkeling;

2. Belastingverschuiving van arbeid naar grondstoffen

De oprichters benadrukken dat het van belang is om belastingen te verschuiven van arbeid naar grondstoffen. Dit is een logische stap naar een duurzame economie, omdat belasting op grondstoffen tot toenemende recycling en een vermindering van grondstoffendelving zal leiden, waardoor ook gerelateerde milieuproblemen verminderd worden. Lagere belasting op arbeid maakt het bovendien mogelijk om meer gebruik te maken van de diversiteit aan capaciteiten van mensen. Hoewel een belastingverschuiving budgettair neutraal is voor een overheid, verandert het de prikkels van bedrijven, consumenten en overheden structureel (Groothuis. 2014 p.9; RWM, 2014, p.8).

Het Ex’Tax project is een stichting die onderzoek doet naar dit onderwerp en zich mengt in het maatschappelijk debat. Zij adviseren de Nederlandse overheid om, als belangrijke mogelijkheidsvoorwaarde van een belastingverschuiving, nu in te zetten op een herziening van de organisatie van de Belastingdienst. De Belastingdienst zou een grotere capaciteit moeten krijgen en beter georganiseerd moeten worden, om een hoge kwaliteit van dienstverlening te kunnen garanderen. Deze conclusies trekken zij onder andere uit de case study die zij deden in Nederland in samenwerking met Deloitte, EY, KPMG Meijburg en PwC. Lees hier New era. New plan. Fiscal reforms for an inclusive, circular economy. Case study the Netherlands (2014).

3. Volwaardig budget voor ontwikkelingssamenwerking

Het kabinet bevordert internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en keert terug naar een volwaardig budget voor ontwikkelingssamenwerking. Zo kunnen ook ontwikkelingslanden de SDGs behalen.

Bron: Duurzaamregeerakkoord.nl

Verbeter het huidige programma – VANG 2.0

Het huidige VANG-programma (Van Afval Naar Grondstof) van de Nederlandse overheid heeft positieve impact, maar additionele maatregelen zijn nodig om de doelen te halen. Na evaluatie van het beleid zijn de volgende aanbevelingen geformuleerd:

  • Ontwikkel een visie van een circulaire samenleving om eenvoudiger tot gezamenlijke doelen te komen;
  • Focus op economische kansen en hou rekening met grondstofschaarste, en werk samen met de Ministeries van Milieu, Economische Zaken en Buitenlandse Zaken om kansen voor het bedrijfsleven te vergroten;
  • Focus op internationale samenwerking, bijvoorbeeld binnen de EU;
  • Focus ook op duurzame productie, consumptie en andere businessmodellen (zoals lease), in plaats van alleen op afval en grondstoffen;
  • De overheid moet niet alleen stimulerend, maar ook regulerend optreden om de doelen te halen;
  • Ondersteun lokale overheden en schaal succesvolle voorbeelden op;
  • Geef aandacht aan gevestigde belangen die een transitie belemmeren;
  • Herzie de doelen om de kwaliteit van recycling te waarborgen;
  • Blijf gefocust op maatregelen die de doelen in het VANG-programma daadwerkelijk ondersteunen.

(Rood, & Hanemaaijer. 2014, p.2)

Toenemende verantwoordelijkheid producenten

Een duidelijker beeld van productverantwoordelijkheid door producenten is noodzakelijk. Om dit mogelijk te maken, kan aan zes stappen worden gedacht.

  1. Productverantwoordelijkheid kan worden uitgebreid tot materialen en afvalstromen als kranten, meubels en medicijnen;
  2. Beleid aangaande productverantwoordelijkheid kan meer financiële verantwoordelijkheid voor het ophalen en behandelen van afval leggen bij de producenten;
  3. Productverantwoordelijkheid kan ook worden gebruikt om producenten verantwoordelijk te maken voor hun materiaalgebruik;
  4. Voor geschikte producten kan productverantwoordelijkheid leiden tot het stellen van doelen voor hergebruik;
  5. Productverantwoordelijkheid kan bijdragen aan betaalstructuren die de eenvoud reflecteren waarmee producten of onderdelen van producten kunnen worden hergebruikt;
  6. Het ontwerp van productverantwoordelijkheidsmechanismen zou gemaakt moeten zijn om individuele producenten te stimuleren hun eigen oplossing te zoeken.

(RWM, 2014, p.14-15)

Er wordt op dit moment aan een ‘Producentenverantwoordelijkheid 2.0’ gewerkt, waarbij een nieuwe invulling van het begrip bijvoorbeeld ook aandacht zal hebben voor het begin van de productieketen.

Reduceren van schadelijke subsidies

Bijna alle landen geven direct en indirect subsidies (denk aan belastingverlagingen) voor activiteiten die schade veroorzaken aan het milieu. Het reduceren van deze subsidies leidt tot gelijkwaardige competitie met schone technologieën. (Groothuis. 2014, p.45)

Op dit moment is de overheid bezig onderzoek te doen naar de schadelijke subsidies en hier alternatieven voor te bedenken.

Creëer een grondstoffen informatie systeem

Om een circulaire economie van marge naar mainstream te krijgen, zijn drie zaken van belang. Allereerst moet het besef ontwikkeld worden dat grondstofschaarste serieus is, en dat strengere milieurichtlijnen zullen blijven. Daarnaast moet informatietechnologie ontwikkeld worden om materialen te kunnen blijven volgen. Tot slot is een verschuiving in consumentgedrag van belang. (Ellen Macarthur Foundation, 2013a, p. 77-84)

Om deze verschuivingen te faciliteren is een grondstofinformatiesysteem relevant. Een advies aan de overheid om te investeren in de ontwikkeling van dit systeem door:

  • Het ondersteunen van pilots en het helpen communiceren van succesvolle pilots;
  • Cross-sectorale bijeenkomsten te organiseren om van elkaar te laten leren, waarbij nadrukkelijk ook niet-koplopende bedrijven worden uitgenodigd;
  • Nieuwe (grondstoffen)kennis en -informatietechnologie te stimuleren en delen;
  • Flankerend grondstoffenbeleid in te zetten, waarvan koplopers, peloton en achterblijvers kunnen profiteren, waaronder:
    • fiscaal stimuleringsregeling voor toepassing gerecyclede grondstoffen;
    • circulair aanbesteden te stimuleren; en
    • wegnemen of versoepelen van wettelijke obstakels;
  • Het bieden van nationale of Europese (mede-)financiering.
  • Het integreren, harmoniseren en standaardiseren van de enorme diversiteit aan milieulabels, keurmerken, certificeringssystemen en normen;
  • Het ontwikkelen van ‘governance’ structuren voor een grondstoffeninformatie- systeem (wie is eigenaar/beheerder daarvan), waarop overheid zijn/haar rol kan baseren.

(Mentink & Houben, 2014, p. iv)