Engels

 

 

 

 

Circulaire Economie

Welk beleid is er nog nodig?

Met aanvullend en soms anders beleid kan de Nederlandse overheid de transitie naar de circulaire economie nog beter bevorderen. Zo zijn definities van afval en grondstoffen in wet- en regelgeving achterhaald. Daarbij richten beleidsmaatregelen zich nog voornamelijk op recyclen en traditionele samenwerkingsverbanden, en wordt een belastingverschuiving van arbeid naar grondstoffen nog niet gerealiseerd. Naast het nationale niveau, is het belangrijk dat de Nederlandse en Europese overheden zich internationaal blijven manifesteren voor de circulaire economie. Wereldwijd stijgt de hoeveelheid gedolven grondstoffen namelijk nog elk jaar.

Nationaal Niveau

Vooral de uitvoering belemmert circulariteit

In oktober 2019 publiceerde de Taskforce Herijking Afvalstoffen hun rapport over belemmeringen in regel- en wetgeving voor de circulaire economie. De belangrijkste constatering van de Taskforce is dat de belemmeringen voor een klein deel zitten in wet- en regelgeving, maar voor het grootste deel in de uitvoering daarvan. Regels worden vaak niet op dezelfde wijze geïnterpreteerd, waardoor experimenteren met nieuw productieprocessen soms lastig is. De Taskforce ziet dat daardoor initiatieven kleinschalig blijven, terwijl we juist nu de stap moeten maken naar meer en omvangrijkere innovatieve processen (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2019).

De Taskforce Herijking Afvalstoffen is opgericht door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) om de regering te adviseren over belemmeringen in afvalwet- en regelgeving voor circulariteit. De bestaande wet- en regelgeving kent zijn oorsprong in de jaren 70, toen afval een probleem werd. Toentertijd ging men uit van een lineaire gedachte, waarbij een product een afvalstof wordt en daarom botst de afvalwet- en regelgeving met de huidige circulaire ambities. De bevindingen van de Taskforce zijn verwerkt in dit schema en uitgewerkt in het eindrapport:

Aanbevelingen van het Planbureau voor de Leefomgeving 

De Integrale Circulaire Economie Rapportage 2021 (ICER) is een tweejaarlijkse rapportage die zicht geeft op de voortgang van Nederland richting het doel van een volledig circulaire economie in 2050, inclusief de milieu- en sociaal-economische effecten daarvan. Het Planbureau voor de Leefomgeving stelde de ICER op in samenwerking met diverse kennisinstellingen. 

Bekijk voor meer informatie de themasite:  https://www.pbl.nl/monitoring-circulaire-economie

Kansen en uitdagingen

Het Nederlandse grondstoffengebruik is efficiënter geworden, maar de totale hoeveelheid die we gebruiken is sinds 2010 nauwelijks veranderd. De leveringsrisico’s in de Nederlandse maakindustrie namen toe vanwege de afhankelijkheid van zeldzame aardmetalen, zoals bijvoorbeeld kobalt, wolfraam en tin. De schaarste van deze materialen heeft gevolgen voor de energietransitie, omdat deze materialen essentieel zijn voor elektrische systemen. Tevens is de internationale voetafdruk van Nederland relatief groot, want we importeren veel grondstoffen die elders in de wereld een grote voetafdruk hebben. Tot slot lopen we achter met de Nederlandse afval-prestaties en lijkt het erop dat we 6 van de 7 nationale afvaldoelen niet gaan behalen zonder aanvullend beleid.

Daar staat tegenover dat Nederland een koploper in Europa is op het gebied van recycling, de uitdaging voor Nederland is om deze stromen hoogwaardig van kwaliteit te houden. Ook het aantal opleidingen over de circulaire economie is in Nederland toegenomen. Bijna de helft van de hbo-instellingen en 80 procent van de universiteiten besteden hier in hun curriculum aandacht aan (RVO 2021).

De ICER constateert dat er qua overheidsbeleid een basis is gelegd voor de Circulaire Economie, echter naast agenderen, stimuleren en draagvlak creëren zijn krachtigere, mogelijk dwingende instrumenten nodig, en een breed gedragen visie op de gewenste richting die in concrete doelen is uitgewerkt. Deze doelen kunnen worden gecombineerd met meer acties gericht op de hogere R-strategieën, zoals refuse, rethink & reduce. 

Aanbevelingen beleid

De ICER geeft de volgende aanbevelingen om het Circulaire Economie overheidsbeleid te intensiveren:

  1. Zorg dat milieuschade in de prijzen van producten en diensten is verrekend. Op dit moment is bijvoorbeeld vervuilend nieuw gemaakt plastic goedkoper dan circulaire alternatieven.
  2. Maak in het beleid meer gebruik van ‘drang en dwang’, zoals verplichte heffingen, meer wetgeving en normstelling. Nu zijn verreweg de meeste initiatieven namelijk nog vrijblijvend.
  3. Verhoog stapsgewijs de circulairiteitseisen bij inkoop en aanbesteding door de overheid, zo ook in het kader van producentenverantwoordelijkheid.
  4. Ontwikkel een uitgewerkte en door maatschappelijke organisaties breedgedragen visie op de circulaire economie, en werk deze uit in concrete doelen.
  5. Zorg voor een heldere rolverdeling tussen de uitvoerende partijen, bijvoorbeeld tussen verschillende sectoren.

Meer informatie? 

De volledige Integrale Circulaire Economie Rapportage kun je hier downloaden en bekijken.

Internationaal Niveau

Circle Economy berekende voor hun rapport The Circularity Gap Report dat in 2019 maar 9.1% van alle grondstoffen in de wereld volwaardig gerecycled worden. In 2018 was dit nog 9.5%. Internationaal beweegt de wereld dus weg van een circulaire economie. De onderzoekers formuleerden vier aanbevelingen om deze trend te keren. Drie van deze aanbevelingen zijn relevant voor onze context:

  1. Ontwikkel beslissingsmaatstaven en een meetkader. Dit zal een stimulans zijn voor het vaststellen van doelstellingen, evaluaties en collegiale toetsing.
  2. Maak internationale kennisoverdracht makkelijker. Dit zal de internationale verspreiding van doeltreffende beleidsmaatregelen versnellen.
  3. Bouw een wereldwijde coalitie op voor actie die zowel divers als inclusief is. Deze coalitie zal de capaciteit van voorlopers vergroten.