Engels

 

 

 

 

Circulaire Economie

Hoe verandert financieel risico en rendement in deze circulaire businessmodellen?

Circulaire businessmodellen hebben een ander risico- en rendementsprofiel dan huidige (lineaire) modellen. Bedrijven en financiers zullen hier rekening mee (moeten) houden. Belangrijke verschillen betreffen de timing van kasstromen, de kredietwaardigheid van klanten en een grotere behoefte aan werkkapitaal.

Ondanks de mogelijkheden gaat het financieren van circulaire businessmodellen gepaard met uitdagingen. De belangrijkste uitdagingen zijn:

  • Het veranderende karakter van kasstromen in een bedrijf;
  • De behoefte aan meer werkkapitaal om klanten voor te financieren en de daaraan gerelateerde groei van de balans;
  • Enkele juridische vraagstukken rondom eigendom en waarde van onderpand;
  • Het verhoogde kredietrisico van klanten van pay-per-use-diensten.

ING Economics department, 2015, p8 & p46.

Veranderend karakter van kasstromen

Circulaire businessmodellen maken vaak gebruik van pay-per-use-constructies. Dit verandert het karakter van kasstromen van de overdracht van een geldsom op het moment van verkoop naar een serie van regelmatige betalingen over de levensduur van het product. Daarmee creëren pay-per-use-modellen een langere financiële relatie tussen een bedrijf en zijn klant.

Doordat kasstromen verspreid zijn over de tijd wordt de terugverdientijd van een investering zeer relevant binnen de risico-inschatting van een bank. Een contract met een terugverdientijd van drie jaar is minder risicovol voor een circulair bedrijf en een bank, dan een langere terugverdientijd (grotere kans op betalingsachterstand). Kasstroomoptimalisatie is daarmee een integraal onderdeel van de financiering van circulaire businessmodellen.

ING - Cash Flow in Pay-Per-Use

ING Economics department, 2015, p38.

Meer werkkapitaal nodig en uitbreiding balans

Werkkapitaal is nodig om nieuwe activa te kopen, bijvoorbeeld als nieuwe leasecontracten getekend worden met consumenten. Maar omdat een bedrijf de activa aan het begin van de leaseperiode aanschaft, lang voordat de optelsom van de leasebedragen de aanschafkosten dekt, is de behoefte aan werkkapitaal exceptioneel hoog vergeleken met het traditionele koop-verkoop businessmodel.

Working Group FinanCE, 2016, p87.

Bedrijven die traditioneel producten verkopen en richting de circulaire economie schuiven door producten als diensten aan te bieden schuiven naar een businessmodel waar de fysieke activa op de balans blijven staan. Dit creëert een kapitaalbehoefte om het eigendom van deze activa te financieren en mogelijkerwijs de behoefte aan een externe financier als het bedrijf intern dit niet kan bolwerken.

Working Group FinanCE, 2016, p83.

 

Juridische consequenties

Verlies van eigendom

Een vastgoedeigenaar is automatisch ook eigenaar van alle aard- en nagelvaste componenten in een gebouw. Als verlichting bijvoorbeeld is ingebouwd in het plafond van een kantoor, dan wordt het onderdeel van het gebouw, waarmee de vastgoedeigenaar juridisch ook de eigenaar van de verlichting is.

Als Philips bijvoorbeeld eigendom over de lampen zou willen behouden in een pay-per-lux-­model en verantwoordelijkheid wil nemen over de lampen en armaturen na de gebruiksfase, dan is eigendom alsnog automatisch verschoven naar de vastgoedeigenaar.

Er zijn praktische oplossingen mogelijk. Hoewel juridisch eigendom verloren kan gaan kan een bedrijf economisch eigenaar blijven door bindende afspraken in contracten. Contracten leveren echter geen garantie in het geval van faillissement van de klant.

ING Economics department, 2015, p39.

Operationele risico’s in leaseconstructies

Modellen rondom product-als-een-dienst drijven op een uitgebreid en langdurig contact met klanten en omvatten meer plichten aan beide kanten. De leaseverstrekker (lessor) moet het functioneren van de activa garanderen gedurende het contract, wat reparatie, onderhoud en vervanging kan vereisen. Daartegenover moet de leasenemer (lessee) de activa gebruiken volgens voorschrift en onderhoudseisen respecteren. De juridische risico’s van deze langere relaties vergroten het operationele risico van de leaseverstrekker.

Working Group FinanCE, 2016, p88.

Kredietwaardigheid

… van klanten

Met pay-per-use-modellen is de kasstroom naar het bedrijf verspreid over termijnen. Zolang deze lopen bestaat het risico op faillissement van de klant. Omdat duurzame producten doorgaans een levensduur hebben van meerdere jaren kan dit risico niet genegeerd worden.

ING Economics department, 2015, p40.

 

… van de circulaire ondernemer

Als een start-up of relatief jong mkb-bedrijf circulair onderneemt schatten financiële instellingen ze vaak niet als kredietwaardig genoeg in. Ze hebben een kort track record en een beperkte financiële positie. Daarbovenop vermarkten ze bestaande producten op een nieuwe manier of hebben ze volledig nieuwe producten ontwikkeld.

Daarom kunnen deze circulaire bedrijven makkelijk als risicovol worden aangemerkt. Desondanks moet het risicoprofiel van een circulair bedrijf met zorg worden ingeschat. Het ingeschatte risico kan deels verklaard worden door een gebrek aan informatie en het tekortschieten van traditionele risicomodellen.

Working Group FinanCE, 2016, p71.

 

Hoger financieel rendement

Waardecreatie in tweedehandsmarkten

Tweedehandsmarkten kunnen een circulaire businesscase aantrekkelijker maken voor een financier. In een tweedehandsmarkt is de (rest)waarde van een product geobjectiveerd. Als producten een positieve restwaarde hebben, dan hoeven ze niet volledig afgeschreven te worden in accountantstermen. Dit verbetert de circulaire business case.

ING Economics department, 2015, p41.

 

Restwaarde door ‘design for disassembly’

In een lineaire economie is de waarde van afval niet meegenomen in businessmodellen. Financiële modellen schrijven activa volledig af, hoewel veel producten nog een ‘schrootwaarde’ hebben. Producenten kunnen de restwaarde van producten in een circulaire businesscase verhogen door producten te ontwerpen voor demontage (design for disassembly) – hierdoor blijven kosten laag en kunnen de meeste waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Financiers kunnen deze restwaarde meenemen in de financiële businesscase.

ING Economics department, 2015, p42.