Engels

 

 

 

 

Circulaire Economie

Hoe gebruiken we biomassa en voedsel circulair?

Biomassa vervult een bijzondere rol in de circulaire economie, omdat het volledig recyclebaar is en gebruikt wordt als voedsel, brandstof en materiaal. Als stromen van biomassa in de agri-foodsector gesloten worden, zou dat de Nederlandse leefomgeving gezonder maken en de economie jaarlijks €6,5 miljard schelen aan kosten. Er liggen dus veel kansen voor boeren, verwerkers, retailers en andere ondernemers die inzetten op circulariteit.

Biomassa is een containerbegrip voor grondstoffen van plantaardige en dierlijke origine. Hier vallen dus de gewassen van de landbouw, waterteelt (zoals algen en wieren) en bosbouw onder, evenals hun reststromen die ontstaan in de keten van oogst, consumptie en eindverwerking. Van biomassa kunnen bioplastics en biobrandstoffen gemaakt worden, maar deze vallen zelf niet onder de definitie. In dit artikel wordt besproken wat de kansen en barrières zijn om de biomassastromen in Nederland te sluiten, met nadruk op de voedselketen.

Figuur 1: De landbouw produceert de meeste biomassa in Nederland

De kansen

Veel bedrijven verdienen aan sluiten van kringlopen. Strategieën voor circulariteit kunnen ingezet worden langs de hele voedselketen, van de boer tot het bord en daarna. Er zijn drie strategieën waar veel ondernemers zich er op richten:

  • Sluiten van kringlopen op bedrijven zelf, zodat afval- en inkoopkosten gedrukt worden;
  • Verzamelen van reststromen, zodat verschillende fracties apart gebruikt kunnen worden en het geheel in waarde stijgt;
  • Verwaarden van reststromen, zoals het creëren van nieuwe producten.

Hieronder vier voorbeelden van verdienmodellen in de voedselketen en biomassaverwerking.

Kringloop op de boerderij

Een voorbeeld aan het begin van de voedselketen is boerderij Eytemaheert van Maurits en Jessica Tepper. Deze melkveehouders hebben de grootste grondstofstromen op hun boerderij gesloten door hun koeien te voeren met gras van eigen weilanden en natuurgebieden. Vervolgens houden ze dit land vruchtbaar met de mest van diezelfde koeien. Ze gebruiken geen krachtvoer, waardoor de melkproductie lager ligt, maar de kwaliteit hoger is. Het grote voordeel is dat Maurits en Jessica kosten besparen, omdat ze geen veevoer en of mest inkopen. Daarnaast zijn de uitstoot van stikstof en broeikasgassen beduidend lager op hun bedrijf. De reden dat niet alle melk in Nederland zo wordt geproduceerd, is omdat de meeste melkveehouders niet genoeg land tot beschikking hebben om zo te boeren.

Boeren die aan de slag willen met de kringlooplandbouw kunnen advies inwinnen bij WINK. Deze organisatie biedt tools en voorbeelden van natuurgedreven boeren met steun van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Waardevolle reststromen van de retail

Een bedrijf dat circulariteit toepast op de verwerking van voedsel is De Clique. Dit bedrijf zamelt voedsel in dat restaurants en bedrijfscateraars niet meer kunnen verkopen. Vervolgens verwerkt De Clique deze reststromen tot producten als etherische oliën en de kweekbodem voor oesterzwammen. In reststromen zitten nog veel kostbare grondstoffen. De reden dat niet alle reststromen verwerkt worden tot nieuwe producten, is omdat de logistiek voor dit soort stromen nog ontwikkeld moet worden en wetgeving vaak veel eisen stelt aan grondstoffen. Bedrijven die oplossingen vinden voor deze barrières, kunnen de waarde van deze grondstoffen ontsluiten.

Voedselverwerkers die hun reststromen willen verwaarden kunnen aankloppen bij Milgro. Dit bedrijf is gespecialiseerd in het ontsluiten van grondstoffen uit afval.

Mineralen uit het riool

Om de voedselketen echt te sluiten, moet biomassa uit het riool uiteindelijk ook weer als grondstof worden gebruikt voor het verbouwen van nieuw voedsel. Een bedrijf dat hiervoor een passend bedrijfsmodel heeft gevonden is Aquaminerals. Dit bedrijf is door enkele waterschappen en drinkwaterbedrijven opgezet om grondstoffen uit het riool te winnen en tot producten te verwerken. Één van de producten die ze maken is struviet, een kunstmest met magnesium en fosfor dat gewonnen wordt uit afvalwater.

Ondernemers met vragen over het gebruik van grondstoffen uit water en de bodem kunnen terecht bij de Bodemhelpdesk van Rijkswaterstraat.

Drie producten uit houtsnippers

In 2018 opende het chemieconcern Avantium een proeffabriek om houtresten van Staatsbosbeheer te verwaarden. In de fabriek onderzoekt het bedrijf met o.a. AkzoNobel, Chemport Europe en RWE hoe houtsnippers omgezet kunnen worden tot gemengde suikers, glucose en lignine. Gemengde suikers zijn goed bruikbaar bij de productie van ethanol en azijnzuur. Glucose is een basisgrondstof voor de chemische industrie en lignine een brandstof met zeer hoge energiewaarde. Op deze manier worden er drie waardevolle stromen gecreëerd uit de houtsnippers die Staatsbosbeheer aanlevert. Het consortium werkt nu toe naar een commerciële fabriek in 2023, die uiteindelijk 700.000 ton biomassa kan verwerken. Als deze loopt, kan Staatsbosbeheer verdienen aan de reststromen. Zo hebben zij geld om hun bossen te beheren (Staatsbosbeheer, 2018).

Ecologische en economische winst

Het circulair maken van biomassastromen in Nederland zou miljarden schelen aan milieukosten, verloren reststromen en voedselverspilling. De landbouw, die de meeste biomassa produceert in Nederland, veroorzaakt elk jaar €6,5 miljard aan kosten door de uitstoot van ammoniak, stikstofoxiden, en andere stoffen (figuur 2). Deze uitstoot is zo groot, omdat Nederland door de import van veevoer en kunstmest, meer nutriënten invoert dan het natuurlijke systeem kan verwerken (figuur 3). De grote meerderheid van de boeren (80%) schakelt graag over naar natuurvriendelijke productiemethoden, mits de consument en supermarkt hier extra voor betalen (Trouw, 2018). Met de juiste marktprikkels kunnen de milieukosten dus sterk afnemen terwijl de voldoening van de boer zal toenemen.

Naast het besparen van milieukosten, kan ook geld bespaard worden door het verminderen van afvalstromen. Zo gooien Nederlandse consumenten en verwerkers elk jaar voedsel weg ter waarde van €4,5 miljard (Natuur & Milieu, 2016). Reststromen die niet meer als voedsel gebruikt kunnen worden, kunnen alsnog verwaard worden. Op dit moment worden er al vele reststromen in de agri-foodsector verwerkt. Het investeringen in bioraffinagetechnieken, het winnen van biogas en het intensiever scheiden van huishoudelijk afval kunnen deze verwaarding nog verhogen (Bastein, 2013). De economische, ecologische en zelfs sociale kansen voor het circulair maken van biomassastromen zijn dus aanzienlijk.

Figuur 2: Monetaire milieuschade door landbouw in 2015 (PBL, 2018)

Stikstof als voorbeeld

Lees meer

Het verbruik van stikstof illustreert goed op welke schaal grondstoffen uit biomassa in Nederland worden verspild. Planten en dieren gebruiken stikstof in de groei van hun cellen. In natuurlijke omstandigheden is stikstof een beperkende factor voor deze groei. In Nederland is er echter zo’n overschot ontstaan dat stikstof schade aanricht aan het milieu en de gezondheid van mensen.

In 2017 werd 712 miljoen kg stikstof geïmporteerd in Nederland voor de landbouw, waarvan het overgrote deel in de vorm van krachtvoer en kunstmest (zie figuur 3). Van deze stikstof wordt na gebruik echter maar 43% hergebruikt als ruwvoer en op cultuurgrond. Het grootste deel, namelijk 57%, verlaat het systeem als lucht- en bodemverontreiniging, voedsel en brandstof.

De stikstof die het systeem nu verlaat als lucht- en bodemverontreiniging kan opgevangen en hergebruikt worden door op een ecologische manier te boeren. De stikstof die het systeem nu verlaat als voedsel kan opgevangen worden uit het riool na consumptie en ingezet worden als mest. Door deze twee ingrepen hoeft er minder stikstof geïmporteerd te worden en ontstaat er minder milieuschade. Op dit moment is het importeren van ruwvoer en kunstmest echter nog goedkoper, dus wordt dit niet gedaan.

 

Figuur 2: Stikstof in biomassastromen van de Nederlandse landbouw in 2017 (CBS, 2019)

De barrières

Boerenorganisaties, bedrijven en beleidsmakers hebben zich in Nederland expliciet uitgesproken voor een circulaire voedingsketen, bijvoorbeeld via de Alliantie Verduurzaming Voedsel, maar drie barrières maken deze verduurzaming een uitdaging: een ongelijk speelveld, wetgeving en bewustzijn (Taskforce Verdienvermogen Kringlooplandbouw, 2019).

Ongelijk speelveld

De eerste barrière die de circulaire transitie belemmert is het ongelijke speelveld tussen meer en minder circulaire bedrijven. De reden is dat negatieve externaliteiten (zoals uitstoot van stikstof en fosfaat) niet worden beprijsd en positieve externaliteiten (zoals het bijdragen aan landschapsbeheer) niet worden beloond. Deze externaliteiten zijn echter moeilijk te verrekenen op Nederlandse of Europese schaal, door de openheid van onze economie. Zo wordt driekwart van onze landbouwproducten geëxporteerd en meer dan de helft van het voedsel dat we eten geïmporteerd. Producten van Nederlandse bedrijven zouden veel duurder worden als alleen hier externaliteiten in de prijs opgenomen worden. Het verrekenen van externaliteiten op internationale schaal is vooralsnog politiek onhaalbaar. Daarbij komt dat de marktpositie van zeker boeren over het algemeen zwak is, omdat ze een generiek product leveren en de wet hen verbiedt onderling prijsafspraken te maken. Hierdoor moeten duurzame innovaties kosteneffectief zijn om op grote schaal doorgevoerd te worden.

Wetgeving

Een tweede stap die verduurzaming van de voedselketen uitdagend maakt is wetgeving. Veel wet- en regelgeving beschouwt reststromen als afval, waardoor deze grondstoffen beperkt verwerkt mogen worden in nieuwe producten.

Bewustzijn

De derde stap om verduurzaming in de voedsel- en biomassaketen te bewerkstelligen is het verhogen van bewustzijn in heel de keten. Het creëren van een gelijk speelveld en de juiste wetgeving verlangen draagvlak bij politici en burgers. Hiervoor is het belangrijk dat mensen weten waar de knelpunten en kansen liggen.

Beleid

Om dit soort initiatieven op te schalen en uit te breiden heeft de regering in het najaar van 2018 haar visie voor een circulair voedselsysteem gepresenteerd, onder de noemer van kringlooplandbouw (Rijksoverheid, 2018). Volgens de Universiteit van Wageningen houdt kringlooplandbouw in dat we agrarische biomassa en de daarin opgeslagen voedingsstoffen vasthouden in het voedselsysteem (WUR, 2018). Ook heeft de overheid de Transitieagenda Biomassa en Voedsel laten opstellen. De visie van kringlooplandbouw en de transitieagenda worden nu verder uitgewerkt.