Engels

 

 

 

 

Circulaire Economie

Hoe maken we consumptiegoederen circulair?

Huishoudens in Nederland veroorzaken hun grootste impact op het milieu door het verbruik van consumptiegoederen, zoals mobiele telefoons, kleding en meubels (CE Delft, 2018). Deze impact is dus groter dan bijvoorbeeld het eten van vlees of vliegen. Binnen de circulaire economie is het dan ook cruciaal om de grondstofstromen van consumptiegoederen te sluiten. Door hun vooraanstaande rol in ons dagelijks leven en hun diversiteit zijn er gelukkig veel vooruitstrevende initiatieven op dit gebied.

Figuur 1: De top 10 geeft de milieu-impact van de gemiddelde consumptie van één persoon per jaar in Nederland, gepresenteerd in de ReCiPe single score (Pt) (CE Delft, 2018).

Kansen

Om de kansen van circulaire consumptiegoederen te benutten, heeft het Transitieteam Consumptiegoederen 38 concrete actiepunten gepubliceerd (Rijksoverheid, 2018). Deze acties richten zich op het hervormen van de economie, acties voor producten met een korte omloopcyclus zoals verpakkingen, en acties voor producten met een middellange en lange omloopcyclus zoals kleding en wasmachines.

Grofweg zijn er drie strategieën om consumptiegoederen circulairder te maken:

  • Ontwerpen voor optimaal gebruik, reparatie en recycling;
  • Ondernemen met verdienmodellen voor circulair gebruik;
  • Organiseren van hoogwaardige recycling.

Er zijn heel veel bedrijven die deze strategieën toepassen op de productie van een consumptiegoed. In verschillende artikelen van de Kenniskaart Circulaire Economie worden voorbeelden hiervan beschreven. Ter illustratie volgen hieronder nog drie voorbeelden.

Betere en circulaire spijkerbroeken

Minder dan 1% van al het textiel in de wereld wordt na afdanking, gerecycled voor nieuwe kleding. Het Nederlandse kledingmerk Mud Jeans beoogt 100% van het textiel van haar spijkerbroeken terug te winnen en te recyclen voor nieuwe spijkerbroeken. Om dit te realiseren, ontwerpt Mud Jeans haar spijkerbroeken zo dat de textiel haar waarde bij recycling behoudt. Daarnaast heeft het merk een systeem opgezet waarbij klanten spijkerbroeken kunnen leasen en inruilen. Als je als klant een spijkerbroek least, wordt deze ook gratis gerepareerd als hij scheurt. Dit circulaire spijkerbroekenmerk dat in 2013 begon in een handjevol winkels in Nederland, is inmiddels verkrijgbaar in honderden winkels in Europa en Noord-Amerika die dit innovatieve merk ook in collectie willen hebben (Mud Jeans, 2020).

In het boek “Products that Last” beschrijven Bakker et al. (2014) allerlei voorbeelden en 6 strategieën voor een circulair ontwerp. Lees in dit artikel een samenvatting hiervan.

Een fietsabonnement is het nieuwe normaal

Tot 10 jaar geleden had bijna elke Nederlander een eigen fiets in de schuur staan. Met de opkomst van leen- en abonnementsfietsen is dat eigen bezit geen vanzelfsprekenheid meer. Twee bedrijven die hier een belangrijke rol in hebben gespeeld zijn de NS met hun OV-fiets en Swapfiets. Dit laatste bedrijf, begon vijf jaar geleden met 40 fietsen. Inmiddels verhuurd het bedrijf ongeveer 180.000 fietsen met een abonnement dat snelle reparatie en service garandeert (Swapfiets, 2020). Terwijl de klant profiteert van een altijd werkende fiets, kan Swapfiets inzetten op het ontwerp van degelijke en goed repareerbare fietsen. Terwijl het bedrijf niet nog niet inzet op het circulaire potentieel van hun fietsenverhuur, biedt dit systeem veel kansen voor het sluiten van grondstoffen.

Bedrijven die aan de slag willen met het verhuren van artikelen, kunnen advies inwinnen bij Verhurend Nederland, de brancheorganisatie voor de Nederlandse verhuurmarkt.

Lopen op gerecyclede visnetten

Er zijn allerlei afvalstromen in de wereld die je niet snel ziet, maar gigantisch zijn. Zo ligt er volgens het milieuprogramma van de VN ongeveer 640 miljoen kilo aan achtergelaten visnetten in onze oceanen. Terwijl een structurele oplossing voor dit probleem nodig is, zoals een effectief verbod op dumping van netten of het biologisch afbreekbaar maken hiervan, is recycling een tussenoplossing. Verschillende organisaties hebben daarom een manier gevonden om visnetten te gebruiken als grondstof. Een goed voorbeeld hiervan is de tapijtproducent Desso (2019). Zij hebben in samenwerking met hun toeleverancier tapijten gecreëerd waarin oude visnetten worden gebruikt als grondstof. Voor deze tapijtlijnen hebben ze de prestigieuze Gold Cradle to Cralde certificering ontvangen. Ook tapijtproducent Interface heeft zich bewezen als circulaire koploper. Door tapijten te ontwerpen voor hergebruik en hoogwaardige recycling, heeft dit merk al 3,5 miljoen vierkante meter vloerbedekking gered van de vuilnisbelt (Interface, 2020).

Bedrijven die willen nagaan welke besparing gemaakt kan worden op het gebruik van grondstoffen en materialen tijdens het productieproces, kunnen een van de vele tools gebruiken die hiervoor ontwikkeld is. Het Versnellingshuis CE heeft een overzicht gemaakt van 11 tools om circulariteit te meten.

Economische en ecologische winst

Door de omvang van de sector is het moeilijk om precies de economische en ecologische winst van circulariteit in deze sector te berekenen. De Ellen MacArthur Foundation berekende dat het sluiten van kringlopen de inkoopkosten van grondstoffen voor producten zou verlagen met 19 tot 23%. In de industrie, die voor een groot deel consumptiegoederen maakt, staat dat gelijk aan een besparing van 460 tot €550 miljard (Ellen MacArthur Foundation, 2014). Met de aankoop van consumptiegoederen als grootste post van negatieve milieu-impact, zou het sluiten van deze kringlopen ook aanzienlijke milieuwinst opleveren (zie figuur 1). Alleen de uitstoot van CO2 in de sector zou al met 40% dalen (Ellen MacArthur Foundation, 2019).

De barrières

Ondanks de grote kansen en vele initiatieven voor circulaire gebruiksvoorwerpen, zijn er nog drie grote barrières die de transitie in de weg staan.

Perspectief op het ontwerp

Het overgrote deel van de consumptiegoederen wordt nog ontworpen volgens het buy-use-waste-principe. Hierdoor zijn de producten lastig om uit elkaar te halen, te repareren en componenten te hergebruiken. Het gevolg hiervan is dat kapotte producten weggegooid worden en nieuwe gemaakt worden. Om deze trend te doorbreken moeten ontwerpers, bedrijven en consumenten gewend raken aan het buy-use-reuse-principe. Hiervoor zijn niet alleen nieuwe fysieke ontwerpen nodig, maar ook andere verdienmodellen die hergebruik en reparatie mogelijk maken. De actiegroep Recht op reparatie probeert met een lobby voor verplichte reparatie deze beweging via de politiek te versnellen (Ifixit, 2020).

Oneerlijke concurrentie

Op dit moment is het mijnen en gebruiken van nieuw-gewonnen grondstoffen vaak goedkoper dan het hoogwaardig recyclen van grondstoffen. Dit komt voor een deel doordat arbeid in Nederland en elders hoger is belast dan het gebruik van grondstoffen, en doordat veel negatieve externaliteiten van gebruikte grondstoffen niet doorberekend worden in de prijs. Deze oneerlijke concurrentie zal met beleid veranderd moeten worden (True Price, 2020).

Bewustwording van de consument

Veel burgers zijn zich niet bewust van bovenstaande barrières of niet actief om dit te veranderen. Het juiste gedrag van burgers is echter essentieel voor het realiseren van de circulaire economie. Via hun koop-, gebruik- en afdankgedrag beïnvloeden consumenten de hele economie. Het aanzetten tot meer circulair gedrag vraagt om twee zaken. Ten eerste moeten marktprikkels de consument verleiden tot het circulair gebruiken van goederen. Ten tweede kunnen consumenten bedrijven aanzetten tot circulaire productie. Zo zullen bedrijven snel inzetten op circulaire verdienmodellen als consumenten hier de voorkeur aan geven. Daarbij kunnen consumenten zich ook opstellen als ‘prosumenten’, waarbij ze zelf circulaire producten of diensten op de markt brengen (Rijksoverheid, 2018).

Een algehele bewustwording onder consumenten over het belang van gesloten kringlopen staat aan de basis hiervan. Publiekscampagnes zoals ‘Waardeer het, repareer het‘ die SIRE lanceerde om mensen aan te zetten tot het repareren van spullen (Sire, 2019) en aandacht in het onderwijs, zijn hiervoor belangrijke methodes (Leren voor Morgen, 2020).