Engels

 

 

 

 

Circulaire Economie

Wat zijn de nadelen van de huidige lineaire economie?

De lineaire economie vloeit voort uit bedrijfspraktijken die veronderstellen dat er een constante aanvoer van natuurlijke hulpbronnen is. Dit resulteerde in de “take-make-dispose”-mentaliteit. Deze mentaliteit is gebaseerd op de winning van hulpbronnen, de productie van goederen en diensten en de verwijdering van afval na het einde van het gebruik. Deze aanpak komt echter steeds meer onder druk te staan vanwege de ecologische en economische nadelen ervan.

Ecologische nadelen

Het ecologische nadeel van de lineaire economie is dat de productie van goederen ten koste gaat van de productiviteit van onze ecosystemen. Een te hoge druk op deze ecosystemen brengt de levering van essentiële ecosysteemdiensten, zoals reiniging van water, lucht en bodem in gevaar (Michelini, Moraes et al 2017).

Alle drie de stappen van de “take-make-dispose” volgorde tasten ecosysteemdiensten aan. De verzameling van grondstoffen leidt tot veel energie- en watergebruik, de uitstoot van toxische stoffen en verstoring van natuurlijk kapitaal als bossen en meren. De vorming van producten gaat vaak gepaard met veel energie- en watergebruik en uitstoot van toxische stoffen. Uiteindelijk nemen deze producten bij afdanking vaak ruimte in van natuurlijke gebieden en stoten daar vervolgens toxische stoffen uit (PBL, 2018b). 

De plasticsoep als voorbeeld

Vaak gebruiken consumenten plastic materiaal slechts kort en het plastic doorloopt daardoor snel de “take-make-dispose” stappen. Wereldwijd produceren ruwe olieverwerkers elk jaar meer dan 300 miljoen ton nieuw plastic. 5 miljoen ton belandt hiervan in de oceanen. Het merendeel van dit plastic afval dumpen consumenten en afvalverwerkers in eerste instantie op het land, in zee of in het riool. Een deel van dit materiaal spoelt vervolgens via rivieren en kanalen naar de zee.

Een ander schadelijk onderdeel van de plasticsoep zijn microbeads. Dit zijn minuscule plastic korreltjes die in verzorgingsproducten zitten, zoals shampoo en scrubs. Uiteindelijk vervallen deze microbeats in kleinere deeltjes door degradatie en fragmentatie, waarbij giftige stoffen kunnen vrijkomen. Daarnaast zien allerlei dieren het plastic afval en de microbeads aan voor voedsel. Het plastic verstoort op deze manier de voedselketen van bijvoorbeeld vissen, en indirect dus ook onze eigen gezondheid. Zo schaadt de productie van plastic via de “take-make-dispose” stappen de levering van vis als ecosysteemdienst van de oceanen en zeeën (Plastic Soup Foundation, 2019).

Economische nadelen

Naast de schade die de lineaire economie veroorzaakt aan ecosysteemdiensten, veroorzaakt het lineaire economische model ook grotere onzekerheden. Deze onzekerheden komen voort uit fluctuerende grondstofprijzen, schaarse materialen, geopolitieke afhankelijkheid van verschillende materialen en dit alles in combinatie met een groter wordende vraag. Een circulaire economie lost deze problemen op. Hieronder lichten we enkele risico’s toe.

1. Fluctuerende grondstofprijzen

Sinds 2006 zijn de hoogte en de fluctuatie van grondstofprijzen significant toegenomen. Dit zorgt niet alleen voor problemen voor delvers en kopers van grondstoffen, het zorgt ook voor grotere risico’s in de markt. Op z’n beurt ontmoedigt dit investeringen in de delving en verwerking van materialen, wat ervoor kan zorgen dat grondstofprijzen op termijn blijven toenemen. Daarnaast zorgen deze prijsfluctuaties ervoor dat bedrijven geen prijsvoorspellingen kunnen doen, wat hen een zwakkere concurrentiepositie geeft dan bedrijven die minder materiaal-afhankelijk zijn (Circle Economy, 2018a).

2. Kritische materialen

Een ander nadeel aan het huidige lineaire economische systeem is dat we veel produceren met schaarse materialen. Een aantal industrieën maakt intensief gebruik van kritische materialen voor hun productieprocessen, zoals indium en chroom. Deze materialen zijn zeer beperkt beschikbaar. Met name de metaalindustrie, de computer- en elektronica-industrie, de elektrische-apparatenindustrie, en de auto- en voertuigindustrie maken gebruik van deze grondstoffen. In Nederland vormen deze sectoren een significant percentage van de economie (CBS, 2019).

3. Onderlinge afhankelijkheid

Door de toename in handel wordt de geopolitieke verbondenheid van producten steeds sterker. Bijvoorbeeld: landen met waterschaarste, maar met een overschot aan olie, verhandelen olie om graan te kopen. Hierdoor zijn deze grondstoffen als het ware aan elkaar gekoppeld. Door deze verwevenheid zal de schaarste van één grondstof een wijdverbreid effect hebben op de prijzen en beschikbaarheid van veel meer goederen, zowel op het niveau van ruwe materialen als eindproducten (Europese Commissie, 2018a).

4. Toename in materiaalvraag

Door de bevolkings- en welvaartsgroei zal het aantal consumenten in de middenklasse (met een hogere vraag naar materiële consumptie) toenemen met drie miljard tot 2030. De levensduur van producten is in de laatste jaren drastisch afgenomen, wat in verband staat met de toenemende materiaalconsumptie in de Westerse wereld: consumenten willen sneller nieuwe producten en gebruiken hun “oude” producten daardoor korter. Hierdoor focussen aanbieders weer minder op kwaliteit in de gebruikscyclus van een product, wat er  toe leidt dat consumenten nóg sneller nieuwe producten nodig hebben. (Circle Economy, 2018a).

Meer lezen over de financiële risico’s van een lineaire economie? Lees dit rapport van Circle Economy: