Engels

 

 

 

 

Circulaire Economie

Wat zijn de nadelen van de huidige lineaire economie?

De nadelen van een lineaire economie zorgen dat het niet langer een houdbaar model is. Maar wat is er precies mis met het lineaire model? De belangrijkste nadelen zijn: het gebrek aan beschikbare materialen, de toenemende vervuiling en de groeiende vraag om verantwoorde producten door consumenten.

Niet genoeg beschikbare materialen (supply risico’s)

Een lineaire economie volgt het “take-make-dispose” stappenplan. Dat betekent dat grondstoffen worden verzameld, vervolgens worden omgevormd tot producten die worden gebruikt tot ze uiteindelijk worden afgedankt als afval. Dit betekent dat er continu nieuwe vraag naar grondstoffen en materialen is. De hoeveelheid beschikbare materialen is niet oneindig, wat betekent dat het lastig is om een lineair model te blijven volgen.
De onzekerheid over materiaalbeschikbaarheid wordt verergerd door zaken als fluctuerende grondstofprijzen, schaarse materialen, de geopolitieke verbondenheid van verschillende materialen en de groter wordende vraag. Deze worden hieronder toegelicht.

1. Sterk wisselende grondstofprijzen

Sinds 2006 is de fluctuatie in grondstofprijzen toegenomen en zijn de gemiddelde prijzen significant gestegen. Dit zorgt niet alleen voor problemen voor producenten en kopers van grondstoffen, het zorgt ook voor grotere risico’s in de markt. Hierdoor wordt investeren in materiaalaanbod afgeschrokken, wat ervoor kan zorgen dat grondstofprijzen op de langere termijn blijven toenemen (Lee, Preston et. al, 2012).

2. Kritische materialen

Een ander nadeel aan het huidige lineaire economische systeem is dat er veel wordt geproduceerd met schaarse materialen. Een aantal industrieën maakt intensief gebruik van kritische materialen voor hun productieprocessen, zoals indium, fosfaat en chroom. Deze materialen zijn maar zeer beperkt beschikbaar. Met name de metaalindustrie, de computer- en elektronica-industrie, de elektrische-apparatenindustrie, en de auto- en voertuigenindustrie maken gebruik van deze grondstoffen. In Nederland vormen deze sectoren een significant percentage van de economie (CBS, 2013, p.21-22).

Afhankelijkheid van deze kritische materialen zorgt ervoor dat bedrijven afhankelijk zijn van fluctuaties in materiaalprijzen, geen prijsvoorspellingen kunnen doen, en daardoor een minder sterke concurrentiepositie hebben dan minder materiaal-afhankelijke spelers (Accenture, 2014).

3. Onderlinge verbondenheid

Door de toename in handel is de geopolitieke verbondenheid van producten steeds sterker geworden. Bijvoorbeeld: landen met waterschaarste maar een overschot aan olie verhandelen olie om graan te kopen. Hierdoor zijn deze grondstoffen als het ware aan elkaar gekoppeld. Daarnaast is het productieproces van veel goederen afhankelijk van water en brandstoffen. Door deze verwevenheid zal de schaarste van één grondstof een wijdverbreid effect hebben op de prijzen en beschikbaarheid van veel meer goederen (Lee, Preston et. al, 2012, Ellen Macarthur Foundation, 2013b;)

4. Toename in materiaalvraag

Naast de beperkte voorraad grondstoffen die er sowieso is, wordt er ook een significante toename in materiaalvraag voorspeld. Door de bevolkings- en welvaartsgroei zal het aantal consumenten in de middenklasse (met een hogere vraag naar materiële consumptie) toenemen met drie miljard tot 2030.
Alle trends lijken aan te tonen dat de relatieve ontkoppeling van groei en materiaalgebruik slechts het tempo van grondstofuitputting verlaagt, en dat scherpe stijgingen in materiaalkosten door zullen zetten (Jackson, 2011).
Het grondstofgebruik is verdubbeld in de periode 1980-2020, en zal verdrievoudigen in de periode tot 2050 wanneer business-as-usual modellen worden gevolgd. (DEFRA, 2012, p12-13; UNEP, 2011; Ellen Macarthur Foundation, 2013a, p.14-17).

De beperkte beschikbaarheid van materialen en de vier ontwikkelingen die dit verergeren maken dat er onzekerheden bestaan over de beschikbaarheid van materialen in de toekomst. Dit vormt een groot supply risico wanneer we een lineair economisch systeem voortzetten.

De onzekerheid over grondstoffen en de effecten daarvan omvatten niet het hele probleem. Het blijven volgen van het huidig economisch systeem zal ook leiden tot negatieve bijeffecten, zoals de beschadiging van ecosystemen, de afname van de levensduur van producten en de misfit met de vraag om verantwoorde producten.

Ecologische problemen

Het lineaire productiemodel veroorzaakt ecologische problemen op verschillende manieren. Er zijn grote afvalstromen, er is veel energie nodig tijdens de productie en ecosystemen worden aangetast (Michelini, Moraes et al 2017).

Het lineaire model van take-make-dispose leidt tot afvalstromen, omdat producten na gebruik weggegooid worden. Zowel tijdens productieprocessen als door het weggooien van producten ontstaan grote stromen van afgedankt materiaal. Deze materialen worden in een lineaire economie niet meer gebruikt, maar verbrand of achtergelaten op een afvalstortplaats. Dit zal op den duur leiden tot overschot aan onbruikbare bergen materiaal die ecosystemen overbelasten en uit balans brengen. Dit zorgt ervoor dat het ecosysteem wordt belemmerd in het leveren van essentiële ecosysteemdiensten (zoals voedsel, bouwmateriaal en beschutting en het verwerken van nutriënten) (Ellen Macarthur Foundation, 2013a, pp. 16–17).

Naast afval wordt het ecologisch systeem ook aangetast door het gebruik van niet-hernieuwbare energie, toxische chemicaliën en schaarse grondstoffen (Michelini, Moraes et al 2017).

Veranderende vraag

De afgelopen jaren is de levensduur van producten drastisch afgenomen. Dit is een van de drijfveren achter de toenemende materiaalconsumptie in de Westerse wereld. De levensduur van producten neemt nog steeds af, omdat er een proces is van positieve feedback: consumenten willen sneller nieuwe producten en gebruiken hun “oude” producten dus korter. Hierdoor is er weer minder kwaliteit nodig in een gebruikscyclus van een product, wat er weer toe leidt dat consumenten nóg sneller nieuwe producten hebben willen (Bakker, den Hollander, van Hinte, & Zijlstra. 2014).

Tegelijkertijd is er ook een andere trend zichtbaar. Ondanks dat prijs op dit moment nog de doorslaggevende factor is bij het kopen van nieuwe producten (Pheifer, 2017), groeit tegelijkertijd ook het bewustzijn van de negatieve effecten van reguliere industrie en neemt de vraag naar verantwoording van bedrijven toe.
Onderzoek van Repo and Anttonen, 2017 laat zien dat consumenten energie en sociale aspecten belangrijk vinden voor een toekomstbestendige (circulaire) economie.
De ecologische voetafdruk van een bedrijf kan de kracht van een merknaam verminderen wanneer consumenten onduurzame praktijken vermijden. Ook beleidsmakers zullen voorrang geven aan duurzame bedrijven wanneer de negatieve effecten van de lineaire economie merkbaar worden (Accenture, 2014).